Sybrand Buma – Politiek leider CDA

Editie: November-December 2014 | Tekst: | Fotografie: Alf Mertens

Hij gelooft er niet zo in dat je een carrière voor je leven kunt plannen. Had hij dat wel gedaan dan was hij nooit op deze plek terecht gekomen, daarvan is hij overtuigd. Die open instelling bracht Sybrand van Haersma Buma in 2010 tot het fractievoorzitterschap en twee jaar daarna tot politiek leider van het CDA.

Sybrand Buma

Sybrand Buma
  • Organisatie: CDA
  • 2012 - heden: Politiek leider CDA
  • 2010 - heden: Fractievoorzitter CDA Tweede Kamer der Staten-Generaal
  • 2002-heden: Lid Tweede Kamer der Staten-Generaal
  • 2002: Lid gemeenteraad van Leidschendam/Voorburg
  • 1994 - 2002: Beleidsmedewerker justitie, tevens plaatsvervangend ambtelijk secretaris, CDA-fractie Tweede Kamer der Staten-Generaal
  • 1992 - 1994: Projectsecretaris project reisdocumenten, ministerie van Binnenlandse Zaken
  • 1990 - 1992: Stafjurist afdeling Rechtspraak, Raad van State
  • 1989 - 1990: Internationaal recht, Universiteit van Cambridge (UK)
  • 1983 - 1989: Nederlands recht, Rijksuniversiteit Groningen

‘Wat ik doe moet nut hebben’

De politiek ingaan was nooit een bewuste keuze voor Sybrand Buma. Interesse in hoe een land bestuurd wordt was er al vanaf zijn studietijd. De wens om verschil te kunnen maken en bezig te zijn met problemen van de samenleving bracht hem steeds een stapje dichterbij de politiek. Het is voor hem wereld waar het niet draait om persoonlijke ambities, maar om wat het beste is voor de partij. Hij ziet zijn baan dan ook meer als een opdracht die hij moet vervullen.

‘Het zou bijna weglopen zijn geweest als ik me toen niet had gekandideerd voor het fractievoorzitterschap.’

Wat waren uw drijfveren bij het maken van carrièrekeuzes?

“Ik haal voldoening uit het feit dat ik bezig ben met dingen die nut hebben. Dat aspect ontbrak bijvoorbeeld in mijn eerste functie bij de Raad van State, waardoor ik merkte dat ik niet op mijn plek zat daar. Ik had daar te maken met het oplossen van juridische geschillen, maar in mijn ogen zou het oplossen van dat geschil niet altijd het werkelijke probleem wegnemen. Dan was er bijvoorbeeld een geschil over een schutting, maar in werkelijkheid hadden we te maken met twee ruziënde buren. Een goed gesprek zou wellicht meer kunnen oplossen dan een juridische uitspraak over de schutting, maar zo’n pragmatische oplossing was uit den boze. In een politieke omgeving merkte ik dat ik meer verschil kon maken. Fracties zijn kleine organisaties, waar nauwelijks bureaucratie is, dus vanaf het moment dat je hier begint werk je aan dingen die je ziet terugkomen. Soms zijn dit hele kleine dingen, want het is ook weer niet zo dat je als politicus de hele dag de wereld aan het verbouwen bent. Ik ben ervan overtuigd dat vanaf het moment dat je de politiek ingaat, het onmogelijk is om je carrière te plannen, je moet dat ook niet willen geloof ik. Het gaat dan ook niet alleen meer om je eigen keuzes. Ik geloof in het idee dat we allemaal een opdracht hebben die we moeten vervullen.”

Hoe kijkt u aan tegen het leiderschap?

“Ik zie leiderschap in de politiek totaal anders dan in het bedrijfsleven. Waar in het bedrijfsleven je als leider bepalend kunt zijn over ondergeschikten, is dat in de politiek niet het geval. Dat maakt dat je als leider in de politiek veel meer afhankelijk bent van draagvlak en natuurlijk gezag. Je moet beseffen dat als je ergens wilt komen, je daar in cirkelbewegingen naartoe moet, puur om te weten wie je bondgenoten zijn op langer termijn. Het gekke is dat het om mij lijkt te gaan, omdat ik de hele tijd op tv ben, maar het gaat helemaal niet om mij. Ik zie ijdelheid dan ook de grootste valkuil voor een politicus.”

Speelt die publieke belangstelling wel een rol?

“Het is wel bepalend, omdat iedereen wat van je vindt. Ik vond het ook wennen dat elke zin die je uitspreekt tot een reactie leidt, maar je went er wel aan. Tegelijkertijd heb je het ook nodig. Mensen moeten weten wie ik ben en waar ik voor sta. Dus het is onderdeel van het vak, want dat het een vak is vergeten mensen vaak. Het is bovendien een vak waar weinig rust in zit. Ik vergelijk het wel eens met een huisarts die ieder weekend weekenddienst heeft. Elk moment kan er iets gebeuren en dan moet je snel kunnen schakelen en mijn gezin moet dat ook kunnen. Het feit dat ik ’s ochtend naar mijn werk ga en geen idee wat ik ’s avonds aan het eind van de dag gedaan zal hebben vind ik ook heel leuk eraan. Het is daardoor extreem afwisselend en actueel. Als ik de krant lees ’s avonds is dat een soort verslag van mijn dag.”

Wat is uw visie op carrière in het huidige arbeidsmarktklimaat?

“Een carrière kan soms onverwachte wendingen maken. Ik heb studiegenoten die dachten een werkgever voor het leven gevonden te hebben en raken op dit moment allemaal hun baan kwijt. Het perspectief op carrière is nu misschien nog wel moeilijker dan toen. Beseffen dat een carrière niet voor de rest van je leven hoeft te zijn, betekent ook dat je voortdurend nieuwsgierig moet zijn naar stappen die je kunt maken. Het zit in mijn genen om nooit genoegen te nemen met het gemiddelde, maar de beste zijn zit hem niet alleen in de sociale status van je carrière. Carrière draait in mijn ogen dan ook niet alleen maar rond een baan, maar ook om wat je verder wilt zijn en het beste uit jezelf halen.”