Hbo-masters steeds aantrekkelijker

Editie: Januari-Februari 2012 | Tekst: | Fotografie: iStock

Met het plan om geen onderscheid in titulatuur meer te maken tussen hbo en wo neemt niet alleen het aantal hbo-masteropleidingen toe, ze worden ook steeds meer de moeite waard.

Titulatuur

Iemand met een afgeronde hbo-master mag zich niet, zoals na het afronden van een wo-master, Master of Arts of Master of Science noemen. Na een hbo-master mag men zich wel Master noemen, maar dan gevolgd door het vakgebied, bijvoorbeeld Master of Architecture. Het kabinet omarmt het advies van de commissie-Veerman die het onderscheid in titulatuur tussen hbo en wo wil opheffen. Iemand met een hbo-master in Accounting in Control noemt zich nu nog MAAC. Straks mag hij zich ook Master of Science noemen: MSc AAC.

Overzicht hbo-masters

In 2010 werden 136 bekostigde hbo-masteropleidingen aangeboden met in totaal 13.629 studenten (voltijd, deeltijd en duaal). De Keuzegids Masters 2011 telt ruim 200 masteropleidingen en noemt de bouwkunstmasters de betere opleidingen.

Top 5 kwaliteit van de hbo-masters per hogeschool

  1. HAN
  2. ArtEZ
  3. Fontys
  4. Windesheim
  5. HvA

“Geen kloof meer tussen academische top en werkvloer”

Op De Haagse Hogeschool worden momenteel zeven masters aangeboden, waarvan drie Engelstalig. Directeur Ineke van Halsema van de Academie voor Masters & Professional Courses van De Haagse Hogeschool ziet dat studenten uit de hele wereld die Engelstalige opleidingen bezoeken. “Zij doen de opleiding vaak fulltime. Al heb je ook een expatcommunity die de opleiding parttime doet.” Van de vier Nederlandstalige masters zijn Organisatie Coaching en Risicomanagement populair, vertelt Van Halsema. Bij deze masters is werkervaring vereist en ze zijn  allemaal niet-bekostigd, wat dus betekent dat je alles  zelf moet betalen. “Met deze academie richten we ons dan ook op professionals. Die kunnen makkelijker de werkelijke prijs betalen en vaak doet hun werkgever dat.” In het verleden waren er ook voltijd masteropleidingen, maar vanwege de hoge kosten is de hogeschool hiermee gestopt. Er is wel sprake van dat deze zullen terugkeren, specifiek voor hbo-bachelors die doorstromen, maar daarover is de hogeschool nog in gesprek. “We moeten eerst goed nadenken wat voor soort programma’s we dan gaan aanbieden en hoe we de kwaliteit kunnen waarborgen. De grote kwestie voor de hbo-masters is dat er naast een wetenschappelijke ook een professionele, praktijkgerichte oriëntatie moet zijn.”

Verschillende routes

Gertjan Schuiling is vennoot van Thierry & Schuiling, een adviesbedrijf in organisatieleren. Hij deed eerder als lector aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) onderzoek naar onderscheidende kenmerken van hbo-masterprogramma’s. Schuiling bekeek brochures van verschillende hogescholen en analyseerde hoe zij zich profileerden en wilden onderscheiden. “De hoofdvraag was vooral het onderscheid tussen wo en hbo duidelijk te maken. Concurrentie tussen hogescholen is er blijkbaar nog niet.”

“Om een hbo-master te doen moet je vaak al een paar jaar hebben gewerkt”

Schuiling maakte een rondje door het beleidscircuit van het hoger onderwijs en merkte dat men hier veel waarde hecht aan een goed beoordelingingssysteem van de hbo-master. “Er is consensus over de gelijkwaardigheid van het eindniveau aan een wo-master, maar een hbo- en een wo-master kennen duidelijk verschillende routes. Een academische master is meer conceptueel en volg je meestal direct na je bachelorprogramma. Bij het hbo willen ze echter dat je eerst twee of drie jaar werkervaring opdoet voor je aan je master begint. Vanuit die praktijk en de problemen die je op de werkvloer tegenkomt, ga je zo’n opleiding doen.”

Schuiling noemt als voorbeeld de hbo-master physician assistant (PA). “Het is wenselijk dat je eerst een tijdje werkt als verpleegkundige voor je de opleiding volgt tot huisartsassistent. Als PA neem je veel werk van de huisarts over. Je moet de basisvaardigheden van de verpleging beheersen voor je kunt doorgroeien naar deze zwaardere functie.” Hetzelfde principe geldt voor fysiotherapie. “Een beroepsopleiding is een continue wisselwerking tussen theorie en praktijk. Dat is nu net het verschil met de academische route.”

Verbinding met de praktijk

De hbo-masters leiden op voor zware professionele functies. Schuiling: “Het zijn topprofessionals, maar ook mensen uit het middenmanagement en eerstegraads leraren.” Je moet als hbo-master niet alleen goed zijn in de uitvoering van je vak, maar ook innovatie in het beroep tot stand kunnen brengen. “Je hebt een voortrekkersrol in vernieuwing. Je werkt zonder leidinggevende bevoegdheden, maar kunt jouw kennis wel meteen overdragen omdat je met beide benen op de werkvloer staat.”

“Een leven lang leren is leuk en belangrijk”

“Nu is er vaak een kloof tussen de academische top en mensen op de werkvloer met een hbo- of mbo-opleiding. Die kloof zal overbrugd worden door hbo-masters.” Wel merkt Schuiling op dat directies van organisaties niet altijd functies voor hbo-masters creëren. “Vooral in de wereld van de techniek is dat nog zoeken.”

Schuiling verwacht dat er de komende jaren steeds meer hbo-masteropleidingen zullen komen. “Het ministerie bekostigt masters op het hbo, maar er zijn ook veel onbekostigde hbo-masters met hogere collegegelden. Ik hoop op meer bekostigde masters. De commissie-Veerman wilde dat ook, maar de bezuinigingen gooien roet in het eten. Aan de andere kant: wo-masters worden ook duurder.” Daarbij zullen professionals steeds meer behoefte hebben autonoom te groeien en zichzelf continu door te ontwikkelen uit eigen middelen en in hun eigen tijd, denkt Schuiling. “Voor hogescholen is de master een belangrijk middel om het hbo een goed gezicht te geven. Het hoofdmiddel is de bachelor, maar in combinatie met de master gaat ook het imago van de bachelor omhoog.”

In de praktijk

Martijn van Veelen (33) studeerde retail management aan de Stenden Hogeschool in Leeuwarden. Enkele jaren later besloot hij naast zijn baan als accountmanager bij ABN AMRO de MBA aan De Haagse Hogeschool te doen. “Het heeft al zijn vruchten afgeworpen. Ik ben meteen na mijn MBA gevraagd om kantoordirecteur geworden. Onlangs werd ik opnieuw gevraagd, als directeur preferred banking.”

Met de MBA wilde Van Veelen zijn blik verruimen. “Ik vond het leuk en belangrijk en wilde me niet beperken tot de door de bank opgelegde cursussen.” In 2010 rondde hij de studie na twee jaar af. “Ik deed het parttime naast mijn fulltime baan. Ik ging twee á drie avonden per week naar school en studeerde in het weekend.”

De keuze voor De Haagse Hogeschool was deels praktisch, want deze opleiding ligt naast zijn werk. “Ik heb de opleiding ook vergeleken met de universitaire MBA aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hoewel die opleiding beter staat aangeschreven, bleken de stof, de boeken en de docenten vrijwel hetzelfde. Ik moest de opleiding zelf betalen en 17.500 euro leek me meer dan genoeg. In Rotterdam kostte het 30.000 euro.” Hij vond de opleiding praktijkgericht en interessant. “Ik ontmoette veel mensen uit andere culturen en bedrijven. Ik kreeg ook meer een helikopterview over management- en bedrijfsprocessen en kan gemakkelijker een link leggen tussen strategisch en operationeel niveau. De uitdaging zit vooral in je eigen interesse, inzet en motivatie.”

Zijn werkgever propageert een leven lang leren en Van Veelen denkt dan ook nog vele cursussen intern te volgen. “Ik zal ook nog wel eens een studie buiten dat curriculum doen, maar voorlopig houden die cursussen me wel zoet.”