Proefbunny als bijbaan

Editie: Januari-Februari 2012 | Tekst: | Fotografie: Wiebke Wilting

'Proefpersonen gezocht voor medisch onderzoek.' Je ziet de advertenties in universiteitsbladen of gratis kranten vast regelmatig staan. Geen gewone bijbaan, maar het verdient wel goed. Wat gebeurt er eigenlijk? En is het veilig om proefbunny te zijn?

“Je hebt ook ‘beroepsslikkers’, die leven van het werk als proefpersoon”

Stefan Meeusen (34) is directeur van NPRC, een coöperatie van Europese particuliere binnenvaartondernemers. Tijdens zijn studie bedrijfskunde in Nijmegen was hij vijf keer ‘proefbunny’ voor geneesmiddelenonderzoek bij Pharma Bio-Research in Zuidlaren. “Ik deed mee rondom tentamenweken en tijdens het schrijven van mijn scriptie. Ik had daar alle tijd en rust. Je bent afgesloten van de buitenwereld en zit een of twee weken intern. Ik hoefde alleen bloed te laten prikken en urine in te leveren. Ik was meestal vrij om mijn dingen te doen. Sporten mocht niet, maar aan mijn scriptie werken wel.”

Toen iemand hem vertelde over de onderzoeken is Meeusen gaan letten op advertenties. “Als je eenmaal mee hebt gedaan, hoor je over meer plekken waar onderzoek plaatsvindt. Er waren veel studenten, maar ook mensen met een uitkering en ‘beroepsslikkers’. Die leefden van de opbrengsten. In principe mag je na een onderzoek een paar maanden niet meedoen, maar deze mensen gingen dan in een ver land aan onderzoeken meedoen.”

Proefbunny zijn is lucratief

Meeusens motivatie was een mooie combinatie van een bijdrage leveren aan medicijnontwikkeling, een ideale studeerplek en een fijne vergoeding. “Het waren mooie bedragen en je gaf daar niets uit. Je moest binnen blijven en kreeg eten en drinken. Sommige proefpersonen gingen stiekem toch naar buiten. Als ze betrapt werden, mochten ze niet meer meedoen en kregen ze hoge boetes.”

Voor sommige onderzoeken moest Meeusen veel reizen. “We hadden een studentenkaart, maar je kreeg toch reiskostenvergoeding. Een vriend moest eens 15 keer op en neer voor een onderzoek. Dat was heel lucratief. Vier keer drie dagen was het meest aantrekkelijk.”

Meeusen mocht als proefpersoon geen afwijkende waarden of allergieën hebben, om de onderzoeksresultaten niet te verstoren. “Je werd helemaal doorgelicht. Toch leuk om te horen dat je helemaal gezond bent.” Bij de onderzoeken ging het niet om de werking van een medicijn, maar of het lichaam het medicijn verdraagt en of er stoffen achterblijven. “Ik keek altijd eerst zorgvuldig naar het onderzoek en vroeg soms een bevriende huisarts om advies. Ik deed nooit mee aan stralingsonderzoeken, want ik wilde niet dat mijn lichaam blijvend werd aangetast. Astmaonderzoek was bijvoorbeeld vrij onschuldig; van die stofjes merkte ik niet veel.”

Eng vond hij het dan ook niet. “Iedereen moest wel hetzelfde ‘neutrale’ dieet volgen, zoals twee boterhammen met jam. Het eten op zich was prima. Maar het was niet de bedoeling dat je helemaal niks of heel veel ging eten. Je moest binnen de marges blijven. Ik ben een goede eter, dus had ik nogal eens honger. Soms lukte het met iemand die eten over had van bord te wisselen.” Verder was het gezellig. Meeusen kende wel meer mensen die meededen. Soms ging hij met een stel vrienden. “Je moest wel steeds precies op tijd zijn voor bloedafname, maar verder kon je films kijken of tafeltennissen.”

Na zijn afstuderen is hij ermee gestopt. “Als ik nu mee zou willen doen, moet ik vakantie opnemen.”

Draadjes op je hoofd

Proefbunny als bijbaan

Theaterschrijfster Anna van der Kruis (30) deed na haar schrijfopleiding aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht een keer als proefpersoon mee aan een medisch onderzoek. Ze werkte bij een filmhuis met een collega die keuringsarts was bij een onderzoeksbureau in Utrecht. “Hij tipte me over een geschikt onderzoek en ik dacht: waarom niet? Het was een mooie bijverdienste en een van de weinige onderzoeken waar ik als vrouw aan mee mocht doen.”

Ze werd eerst van top tot teen onderzocht en er werd een hartfilmpje gemaakt. “Er waren ook regels. Voor een nachtje slapen intern mocht je 72 uur geen koffie, alcohol, chocola of citrusvruchten. Ik moest inklokken en kreeg een bed. Je bleef daar, zodat je vindbaar was. Je mocht alleen eten wat zij serveerden: twee boterhammen en wat snackjes, zoals een appel of nootjes. Daar keek je dan echt naar uit. ’s Avonds kreeg ik een naald in mijn arm en die bleef er de hele nacht in. Ik moest ook in een bekertje plassen. ’s Ochtends kreeg ik het middel en dan gingen ze mijn bloeddruk meten.” Het middel moest spierverslappers opheffen. De onderzoekers wilden weten of het middel bijwerkingen gaf. “Er waren verder geen grote risico’s. Grappig was wel dat ik volgens mij in mijn groep de enige was met bijwerkingen, maar die bleken verwaarloosbaar. Ik had jeuk onder mijn linkervoet en moest steeds niezen.”

Van der Kruis bleef vier keer twee nachten intern en moest daarna nog een paar keer terugkomen. “Je moest dus ook iedere keer die 72 uur in acht nemen. Het leverde 2000 euro op. Maar goed, per saldo is het minder dan je denkt, aangezien het toch veel tijd kost.”

Er hing wel een grappig sfeertje, vindt Van der Kruis. “Ik had mijn laptop mee en kon bellen in een aparte ruimte. Je kon ook tv kijken en boeken en tijdschriften lezen. Ik wilde wel werken, maar dat lukte niet echt. Het kost toch energie en je hebt verminderde concentratie. Dat viel me wel tegen.”

Eng vond ze het niet. “Er waren zoveel regels en controlemomenten. Ik had daar wel vertrouwen in.” Spannend was het wel. “Ik zag een proefpersoon met allerlei kleuren draadjes aan zijn hoofd. Dat leek me wel cool. Hij was een wandelend experiment.”

Van der Kruis ziet medicijnen testen ook als goede daad, zoals bloed geven. “Het is ook prettig dat ze je helemaal checken. Maar risicovolle medicijnen zou ik minder snel willen testen.”

Medisch onderzoek met proefpersonen

  • Het Centrum for Human Drug Re-search (CHDR) in Leiden doet jaarlijks ongeveer 20 geneesmiddelen-onderzoeken met in totaal 650 proefpersonen. “We doen onderzoek bij gezonde vrijwilligers, maar ook patiëntenstudies voor diabetes, hepatitis en migraine”, vertelt recruitof?cer Herbert Anholts.
  • Aan het eind van de zomer is het lastig mensen te vinden. “Bepaalde groepen, zoals mensen met hepatitis die nog niet is behandeld, zijn sowieso moeilijk te vinden. Voor slaaponderzoek is dat geen enkel probleem.”
  • Bij patiëntenstudies willen mensen vaak meehelpen aan ontwikkeling van medicatie. “Sommige ziekten zijn erfelijk. Zo helpen ze hun eigen kinderen.” Voor de gezonde groep, meestal studenten, is de vergoeding vaak de hoofdmotivatie.
  • Het CHDR vergoedt 100 euro per 24 uur en een reiskostenvergoeding. Anholts: "Voor twee keer een korte periode in huis is de vergoeding 430 euro. Voor een langere periode 1000 euro.”
  • Het onderzoek gebeurt in opdracht van de farmaceutische industrie. Maar het CHDR heeft geen winstoogmerk. “We doen het voor de opleiding en om kennis te vergaren. Als we geld over hebben, doen we eigen onderzoek.”
  • Over veiligheid is Anholts duidelijk: “We doen niks met risico. Alles is veilig. Proefpersonen mogen maar een keer in de 90 dagen meedoen.” De hoogte van de vergoeding hangt niet samen met het risico van een onderzoek. Blijvende bijwerkingen zijn nooit opgetreden bij het CHDR. “In Engeland is het eens misgegaan, in Nederland niet.”