Zwijgplicht: lastig of vanzelfsprekend?

Editie: Januari-Februari 2012 | Tekst: | Fotografie: iStock

Als je werkt als advocaat, psycholoog of bij de politie dan moet je je houden aan een zwijgplicht, ook wel geheimhoudingsplicht genoemd. Drie jonge werknemers uit deze branches vertellen hoe zij hiermee omgaan, over wat ze hun partner en vrienden wel en niet vertellen en of ze zich wel eens versproken hebben.

Jonas

  • Studie: Rechten
  • Opleidingsinstituut: Radboud Universiteit Nijmegen
  • Functie: Advocaat
  • Werkgever: Spigthoff

Karin

  • Studie: Orthopedagoge in opleiding tot GZ-psycholoog

Carolien

  • Opleidingsinstituut: Politie Academie
  • Functie: Aspirant
  • Werkgever: Politie

Beroepen met zwijgplicht

Behalve advocaten, psychologen en politiebeambten, hebben bijvoorbeeld ook priesters en medici een geheimhoudingsplicht of beroepsgeheim. Journalisten mogen zich beroepen op hun verschoningsrecht als ze een bron willen beschermen. Daarnaast bestaat in veel beroepen een geheimhoudingsplicht voor zaken die iemand in zijn functie te horen krijgt. Als iemand een technisch ontwerp maakt voor een bepaalde werkgever, mag hij dit niet doorverkopen aan een andere partij. Dus welbeschouwd geldt in veel branches een zeker mate van geheimhouding, of dat nu zwijgplicht heet, geheimhouding of een concurrentiebeding.

Carolien: “Ik voer allround politietaken uit zoals handhaving in het verkeer, toezicht tijdens horeca-avonden en opsporing.”

Karin: “Ik werk vier dagen bij een GGZ-instelling en heb één opleidingsdag per week. Ik volg de opleiding tot GZ-psycholoog. Ik werk met kinderen en jongeren met autisme en ADHD en sinds ik de GZ-opleiding volg, behandel ik steeds breder. Ik houd me nu bijvoorbeeld ook bezig met angst- en dwangstoornissen en depressie. Mijn cliënten zijn tussen de vijf en achttien jaar oud.”

Jonas: “Spigthoff is een litigationkantoor. Ik houd me voornamelijk bezig met procederen. Ik ga rechtbank in en uit.”

“Soms kan ik alleen vertellen dat ik een zware dag gehad heb”

Wist je van tevoren dat er een zwijgplicht geldt in dit beroep? Besteedt jouw opleiding er aandacht aan?

Carolien: “Tijdens de selectieprocedure voor de politie wordt aandacht besteed aan de zwijgplicht. Bij ons valt die onder de noemer integriteit. Dus voordat je de eed aflegt, ben je zeker op de hoogte van de zwijgplicht. Tijdens trainingsdagen oefenen we weleens met verschillende casussen waarin onderwerpen rond integriteit en privacy aan bod komen. Het is nuttig om met collega’s te bespreken waar je tegenaan loopt. Ook is er een unit veiligheid en integriteit waar je altijd terecht kunt voor advies.”

Karin: “De zwijgplicht in mijn beroep wordt geheimhoudingsplicht genoemd. Dit wil zeggen dat je geen informatie mag verstrekken aan derden, tenzij de cliënt – of degene die het gezag heeft over de cliënt – daar (schriftelijk) toestemming voor gegeven heeft. Toen ik orthopedagogiek studeerde, is de geheimhoudingsplicht wel genoemd, maar tijdens mijn stage en nu tijdens mijn werk bij de GGZ heb ik er meer over gehoord. Het is ook onderdeel van de werkovereenkomst die  ik ondertekend heb.”

Jonas: “Ik wist dat de geheim-houdingsplicht – zoals we de zwijgplicht ook in de advocatuur noemen – bestond. Het is niet heel uitgebreid behandeld tijdens mijn studie. Nu in de beroepsopleiding is er meer aandacht voor, maar veel wil ik het niet noemen; de geheimhoudingsplicht is gewoon heel duidelijk. Bij je beëdiging tot advocaat teken je ervoor en het staat in je arbeidsovereenkomst.”

“Met mijn vriendin, vrienden en familie bespreek ik niets”

Wat houdt jouw zwijgplicht in?

Carolien: “Neem bijvoorbeeld de privacy van verdachten, getuigen en slachtoffers. In een rechtszaal worden alle gegevens die je als politiebeambte vastgelegd hebt, openbaar. Je moet dus goed afwegen wat je wel en niet vastlegt. Als je eenmaal iets in de interne politiesystemen ingevoerd hebt, kun je het niet meer wissen. Het speelt ook als we samenwerken met een gemeente, een woningbouwvereniging of met particuliere beveiligers. We hebben niet allemaal dezelfde bevoegdheden dus kunnen we niet alle informatie met elkaar delen. Er zijn convenanten waarin precies vastgelegd is welke instanties welke bevoegdheden hebben.”

Karin: “De cliënten die ik behandel, zijn meestal schoolgaand en hebben een huisarts. Het komt voor dat leerkrachten of huisartsen ons bellen om over een kind te praten. Ik check altijd of een cliënt toestemming heeft gegeven voor het delen van informatie. Voor kinderen onder de twaalf geldt dat een ouder of verzorger die het gezag heeft moet tekenen. Het geldt ook twee kanten op: huisartsen en andere instanties mogen ons pas informatie geven als daarvoor getekend is. Oudere cliënten mogen zelf
toestemming geven over bepaalde zaken, zoals het starten van een behandeling. Vanaf zestien jaar mogen ze alles zelf beslissen, al blijven ouders natuurlijk een belangrijke rol spelen. De zwijgplicht is belangrijk, omdat cliënten erop moeten kunnen vertrouwen dat wat ze ons zeggen tussen vier muren blijft en dat ze ons alles kunnen vertellen.”

Jonas: “Vanaf het moment van beëdiging moet je je houden aan de Gedragsregels 1992. Regel 6 hiervan luidt: de advocaat is verplicht tot geheimhouding; hij dient te zwijgen over bijzonderheden van door hem behandelde zaken, de persoon van zijn cliënt en de aard en omvang van diens belangen. De geheimhoudingsplicht is belangrijk, omdat een cliënt geen belemmering moet voelen om alles over zijn zaak aan zijn advocaat te vertellen. Het gaat om vertrouwen. Bovendien kan een advocaat zijn werk niet doen als hij niet alles over een zaak weet.”

“Werken met de geheimhoudingsplicht geeft me een rustig gevoel”

Wat betekent de zwijgplicht voor je privéleven?En voor wat je met collega’s bespreekt?

Carolien: “Collega’s hebben dezelfde eed afgelegd als ik, dus met hen kan ik alles bespreken. Soms kan ik aan mijn vriend alleen vertellen dat ik een zware dag gehad heb, maar dat is echt een uitzondering. Als ik bij een woninginbraak ben geweest, kan ik dat gewoon zeggen. Maar ik vertel niet in welke straat of op welk adres het was en wie de bewoners zijn. Dat is geen opgave, het gaat vanzelf. Bovendien werkt mijn vader ook bij de politie; ik er dus mee opgegroeid, misschien dat ik het daardoor makkelijker vind.”

Karin: “Ik ben heel strikt in de geheimhoudingsplicht; ik praat absoluut niet over cliënten met mijn familie en vrienden. Ik vertel natuurlijk wel over mijn werk, maar doe dat heel globaal. Zo benoem ik bijvoorbeeld het soort problemen dat mijn cliëntengroep heeft of ik vertel dat ik een oudercursus geef. Namen van cliënten noem ik zeker niet.”

Jonas: “Met collega’s be-spreek ik alles en met mijn vriendin, vrienden en familie bespreek ik niets. Als ik iets vertel, is het heel summier, ik noem geen bijzonderheden over de zaak; geen namen, plaatsen en tijden.”

“Cliënten moeten ons alles kunnen vertellen”

Ben je ooit je boekje te buiten gegaan? Staan daar sancties op?

Carolien: “Nee. Wel heb ik een keer de unit Veiligheid en Integriteit om advies gevraagd. Dat was een goede ervaring, omdat ik handvatten aangereikt kreeg waar ik iets mee kon. Ik denk dat als een politiebeambte opzettelijk informatie lekt aan bijvoorbeeld de pers, hij zijn baan kwijt is. Dat doe je gewoon niet, het druist in tegen de eed.”

Karin: “Ik ben mijn boekje nooit te buiten gegaan. Een enkele keer vind ik zwijgen wel lastig, omdat het in soms prettig kan zijn om thuis iets te delen. Dan zeg ik maar dat ik een lastige dag heb gehad of juist een fijne dag, omdat ik een leuke behandeling aan het uitvoeren ben. Ik kan ook vertellen over de protocollen die ik bij bepaalde problematiek gebruik. Omdat ik in opleiding ben, werk ik onder supervisie van GZ-psychologen. Met hen bespreek ik alle details. Dat is nodig, omdat zij eindverantwoordelijk zijn voor de behandelingen die ik uitvoer. Met collega’s bespreek ik mijn cliënten ook uitgebreid tijdens vergaderingen. De geheimhoudingsplicht schenden is strafbaar. Maar welke sancties erop staan, weet ik niet.”

Jonas: “Werken met de geheimhoudingsplicht geeft me een rustig gevoel. Het is heel duidelijk welke informatie ik niet mag delen. Het komt niet in me op om mijn mond voorbij te praten. De geheimhoudingsplicht is zo vanzelfsprekend. Er staan sancties op het schenden van deze plicht, maar wat die zijn? Het is in ieder geval tuchtrechterlijk laakbaar.”

“Mijn mond voorbij praten? Nooit!”

Moet je een bepaald type persoon zijn om te kunnen zwijgen?

Carolien: “Nee, dat denk ik niet. Je neemt je beroep serieus en weet waar je ja tegen zegt. Ik zou adviseren: blijf bij jezelf en bij twijfel niet doen.”

Karin: “Van anderen hoor ik geregeld dat ik een verantwoordelijk type ben en daar herken ik mijzelf wel in. Je moet zeker een zorgvuldig persoon zijn en je in kunnen leven in hoe het voor een cliënt is als informatie zomaar gedeeld wordt.”

Jonas: “Ja, in de zin dat je je er terdege van bewust moet zijn dat je zonder geheimhoudingsplicht geen advocaat kunt zijn. Ik denk wel dat iedereen het kan leren.”

Zijn er situaties waarin je de zwijgplicht verbreekt?

Carolien: “Nood breekt wet. Als het gaat om leven en dood dan is er meer geoorloofd. Bijvoorbeeld wanneer er een gijzeling aan de gang is, dan heb je nú relevante informatie nodig van je netwerkpartners. In zo’n situatie is er onvoldoende tijd dus dan worden de protocollen minder strikt gehanteerd.”

Karin: “Je moet wel heel goede argumenten hebben om de geheimhoudingsplicht te schenden. Ik kan me voorstellen dat je dit doet als iemand een acuut gevaar voor zichzelf vormt. Het is dan belangrijk dat je alle stappen die je doorlopen hebt, goed documenteert. Dus met wie je het besproken hebt en wie meebeslist hebben. Ik heb zo’n geval gelukkig nooit bij de hand gehad, maar ik zou zeker met meerdere collega’s overleggen.”

Jonas: “Bij heel hoge uitzondering. Het verdient in zo’n geval aanbeveling om eerst overleg te hebben met de deken van je arrondissement. De deken kan advies geven, maar geen toestemming. Het blijft dus uiteindelijk de verantwoordelijkheid van de advocaat.”

* De namen Carolien en Karin zijn gefingeerd