Via via aan een baan komen

Editie: November-December 2013 | Tekst: | Fotografie: IStock

Voor velen is het een vies woord: netwerken. Iets met borrels, visitekaartjes en handen schudden. In de praktijk gaat het vaak vanzelf en blijkt het minder eng dan gedacht. Loopbaanadviseur Femmy Wolthuis: ‘De meeste mensen netwerken al zonder dat ze het doorhebben.’

Femmy Wolthuis

Femmy Wolthuis

Charles D.A. Ruffolo

Charles D.A. Ruffolo
  • Leeftijd: 56 jaar
  • Functie: Netwerker, internationaal spreker, trainer, schrijver en uitgever.
  • Website: The NetworKing
  • Boek: Netwerk je weg naar succes [2004]

Rob van Eeden

Rob van Eeden
  • Leeftijd: 67 jaar
  • Functie: Schrijver, loopbaanbegeleider, oprichter van oa. de Vrekkenkrant en van vanspaarbankveranderen.nl
  • Website: netwerkenwerkt.nl
  • Boeken: Netwerken, zo eenvoudig is het (niet) [2009] en Netwerken werkt [2004]

‘Je tante kan een goudmijn zijn’

“Wie willen jullie graag ontmoeten?” vraagt Charles Ruffolo, alias The NetworKing, regelmatig aan een volle zaal. Als iemand zijn vinger op steekt en zegt Wouter Bos te willen spreken, is de kans groot dat ze elkaar drie weken later de hand schudden. Ruffolo, Amerikaan op Nederlandse bodem, heeft van netwerken zijn beroep gemaakt. Hij netwerkt om het netwerken, zogezegd. Niemand die hij via via niet kent; zo wist hij bijvoorbeeld Bill Clinton over te halen om ons land met een bezoekje te vereren. Maar wat is netwerken precies? Hoe doe je het en wat moet je vooral láten? Misschien is het in deze tijd wel nuttiger dan ooit om te netwerken, maar hoe kom je dichterbij je droombaan met behulp van de mensen die je kent?

Netwerken? Nooit van gehoord!

“Twintig jaar geleden dacht ik: netwerken, wat is dat? Is dat nou nodig, een brief is toch goed genoeg?,” vertelt Rob van Eeden over zijn begintijd als loopbaanbegeleider. “Ik kwam er al snel achter dat naar schatting zeventig procent van de mensen via via een baan vindt. Natuurlijk moet je vaak nog wel solliciteren, maar dé tip komt vaak van een vriend of kennis.” Helaas stromen de aanbiedingen na de melding ‘ik zoek een baan’ op LinkedIn en Facebook niet automatisch toe. “Nee, het is belangrijk dat je weet wat je wilt en gericht mensen benadert,” zegt Van Eeden. “Eerst je huiswerk doen, zodat je helder hebt: wat zoek ik en wat heb ik te bieden? Stuur niet een mail: ‘ik wil een baan bij een uitgever’, maar bedenk van tevoren of je redacteur, uitgever of koffiejuffrouw wil worden.” 

‘Hoe kom je aan een netwerk? Dat héb je al!’

Van zorg naar wens

Femmy Wolthuis begeleidt al twaalf jaar studenten en alumni met loopbaanvragen aan de Universiteit van Amsterdam. “Ik zie dat jonge mensen steeds meer vanuit ‘zorg’ gaan solliciteren, maar het is belangrijk om bij je ‘wens’ te blijven. Netwerken is van binnen naar buiten zoeken. Ga uit van wat jij wilt, niet van de vacatures die je ziet.” Ze raadt baanzoekers aan om hun ‘sticky story’ te formuleren. “Een soort elevator pitch, een verhaal dat blijft hangen bij de ander.” En dan, hoe kom je vervolgens aan een netwerk? “Dat héb je al,” zegt Ruffolo. “Iedereen, ongeacht afkomst, komt ter wereld met een netwerk. Het is je geboorterecht.” Wolthuis beaamt dat: “Netwerken is vooral: je realiseren dat je je in een netwerk bevindt. Je wordt niet lid van een sportclub om te kunnen netwerken, dat is de omgekeerde wereld. Maar besef dat familie en vrienden al een netwerk zijn. Misschien blijkt je tante wel een goudmijn te zijn bij het vinden van een baan.” Van Eeden vertelt dat hij lange tijd vergat zijn beste vrienden uit te nodigen op LinkedIn. “Die ken ik al, dacht ik. Maar toen we eenmaal gelinkt waren bleken ze heel nuttige ervaring en contacten te hebben. En zij zijn bij uitstek de mensen die in beweging komen als je om hulp vraagt; de gunfactor is groter.” 

‘Test je sticky story’

Organiseer een ik-zoek-werk-feestje

Het is dus vooral belangrijk om je bestaande netwerk te onderhouden en te activeren. Volgens Ruffolo mag je daar best wat lef voor in de strijd gooien. “Ben je je baan kwijt? Organiseer een ‘help mij aan werk-feestje’. Ga op het podium staan en vertel de gasten wat je zoekt. Geef na afloop je opgerolde cv mee en loof duizend euro uit aan degene die je aan een nieuwe baan helpt.” Hij raadt iedereen aan om visitekaartjes te laten drukken. “Ook als je nog geen werk hebt. Wat je erop zet? Je naam, telefoonnummer en e-mailadres. En niet je gmail. Claim your name, promoot jezelf. Your business is you!” Van Eeden en Wolthuis gaan iets voorzichtiger te werk. Ze benadrukken het feit dat je niet moet overvragen. Wolthuis: “Vraag nooit om een baan, maar om advies en tips bij het zoeken naar werk. Test je sticky story, laat mensen met je meedenken.” En vraag na afloop altijd of ze iemand aanraden voor een vervolggesprek, zegt Van Eeden. “Zo kom je telkens een stapje verder. Na vijf, tien of vijftien gesprekken heb je een baan. Je moet doorzetten en gemotiveerd zijn, maar ik heb heel wat hopeloze gevallen gezien bij wie het gelukt is.”

Kopje netwerkkoffie

Er zijn nogal wat misverstanden over netwerken die deze experts graag weerleggen. Zo is netwerken niet alleen iets voor rijke of hoogopgeleide mensen. Van Eeden: “Vraag het een timmerman, stratenmaker of werkster, ze zijn allemaal via via aan een baan of aan klussen gekomen. Reputatie en mond tot mond reclame zijn het belangrijkst.” Een populaire misvatting is dat je je tijdens het netwerken anders moet voordoen dan je bent. Wolthuis: “Mensen denken vaak: masker voor, jezelf opblazen en erop af. Ik raad mensen juist aan: wees jezelf, durf te vragen en wees oprecht geïnteresseerd. Solliciteren is zoeken naar gelijkgestemden. Gaat jouw hart sneller kloppen van sterrenkunde, bejaardenzorg of duurzaamheid? Zoek mensen met dezelfde interesses.” Het woord ‘netwerken’ heeft onterecht een negatieve bijklank, zegt Wolthuis. “We netwerken de hele dag – ‘Ik zoek een kamer, heb je nog tips?’ – maar het wordt opeens lastig als het om werk gaat.” Begrijpelijk, want het is natuurlijk doodeng om iemand ‘koud’ op te bellen voor een kopje netwerkkoffie. Wolthuis: “Het is spannend, maar verplaats je eens in de ander. Als jij gebeld zou worden om over je leuke baan te vertellen, dan voel je je toch vereerd? Je deelt de liefde voor een bepaald onderwerp, dat breekt het ijs.”

‘Netwerken gaat volgens het stappenplan: opbouwen, onderhouden, oogsten’

Meer geven dan vragen

Normen en waarden zijn de basis van netwerken, zegt Ruffolo. “Bewijs jezelf, wees betrouwbaar en eerlijk, kom afspraken na, werk hard en zorg dat je respect verdient.” En, iets dat in alle drie de interviews duidelijk naar voren komt, netwerken draait om geven. “Help anderen, denk mee als iemand op LinkedIn een vraag stelt en investeer in je netwerk,” zegt Wolthuis. Verlang er niets voor terug, maar uiteindelijk zal je ervan profiteren, zegt Van Eeden. “Ik geloof bij netwerken in het stappenplan: opbouwen, onderhouden, oogsten.” Volgens Ruffolo is geven zelfs het belangrijkste onderdeel van netwerken. Met zijn stichting Giving Back helpt hij succesvolle jongeren die opgroeien in minder succesvolle omstandigheden. Een netwerk op zich, dat deze jongeren kan helpen hun doelen te bereiken, want zoals The NetworKing zegt: “No one is born succesful, but you are born to succeed.”

 

Get Referred bij Accenture

Netwerken komt van twee kanten. Ook bedrijven gebruiken steeds meer hun netwerk om mensen te werven. Bij Accenture hebben ze iets nieuws: Get Referred. Recruiting director Otto Pettinga: “Als een sollicitant een leuke vacature ziet op onze website, kan hij online solliciteren.” Tijdens dit proces komt nu ook de Get Referred-knop voorbij. “Als je hierop klikt zie je welke mensen uit jouw LinkedIn en Facebooknetwerk bij Accenture werken. Je kan ze benaderen voor een gesprekje om meer te horen over het bedrijf en vragen of ze je willen voordragen.” Een derde van de nieuwe medewerkers komt binnen via het eigen netwerk van Accenture. Pettinga: “Nu vragen we onze werknemers: ken je nog iemand die bij ons past? Soms is dat heel specifiek. Dan gaan we met iemand zitten om samen wat LinkedIn-connecties nader te bekijken.” Werknemers konden altijd al een vriend of kennis van buitenaf aandragen via het reguliere referral-programma, inclusief beloning voor de aandrager bij goede afloop. Wat is dan de toegevoegde waarde van Get Referred? Pettinga: “Kijk, ik heb bijvoorbeeld best een groot netwerk, maar niet iedereen heel duidelijk in het vizier. Nu hoef ik niet te graven in mijn geheugen, want iemand kan míj benaderen.” En loopt de werknemer nu zijn beloning mis? “Nee, die blijft en dat zijn aantrekkelijke bonussen.” Het programma draait pas een paar maanden, maar lijkt nu al zijn vruchten af te werpen. “Ik kan nog geen resultaten geven, maar er zijn al een aantal mensen aangenomen op deze manier.” En is het erg als je geen connecties blijkt te hebben? “Nee hoor, daar moeten starters zich niet door laten tegenhouden. Solliciteer gewoon. En wil je graag vooraf meer informatie via een werknemer, dan zijn er genoeg events waar je ons kunt vinden. Mensen zijn altijd welkom voor een kopje koffie.”
Meer info vind je hier.

Netwerken via LinkedIn

  1. Maak tijdens je studie al een LinkedIn-profiel aan en vul het zo volledig mogelijk in, bijvoorbeeld met stages en projectervaring. Begin vanaf dat moment actief je online netwerk uit te breiden.
  2. Gebruik de verschillende zoekfuncties van LinkedIn, bijvoorbeeld in groepen en organisaties.
  3. Kijk regelmatig op LinkedIn voor je dagelijkse portie netwerken. Discussieer mee, beantwoord vragen.
  4. Schrijf een samenvatting van jezelf op LinkedIn. Benadruk wat je kunt en wilt, maar ook wat je toekomstbeeld is.